Fysiotherapeut Quint Jongen: ‘In beweging blijven lukt langer als je doet wat je leuk vindt’

Als je binnenloopt bij het enorme pand van De Beweging in Pendrecht, merk je meteen: hier worden mensen geholpen en gezien. Dit onderstreept Quint Jongen direct. Want ook na openingstijden staan er lessen klaar voor senioren om te zorgen dat zij zich zo lang mogelijk fit en goed blijven voelen en zelfstandig kunnen blijven wonen.
Terug

Het gebeurt zelden in één keer. Het gaat juist geleidelijk. “Eerst laat je dat extra rondje lopen even zitten. Daarna pak je vaker de lift. Boodschappen? Die laat je bezorgen.  En voor je het doorhebt, wordt je wereld kleiner”. Fysiotherapeut Quint Jongen ziet het elke dag. In zijn praktijk in de wijk Pendrecht krijgt hij mensen tegenover zich die vooral één ding willen: zo lang mogelijk zelfstandig blijven, zonder afhankelijk te worden.  

Die wens is logisch, zegt Quint. En tegelijk wordt het steeds urgenter. “Het zorgsysteem stuurt steeds meer aan op zelfstandig thuis blijven. Dat is ergens lastig, maar ook wenselijk. Mensen willen liever niet ergens anders wonen.” Alleen, de realiteit in de wijkzorg schuurt. Er zijn minder handjes, collega’s verdwijnen door pensioen of kiezen een andere richting en de druk op de mensen die wel blijven neemt toe. Juist daarom gelooft Quint in preventie. Niet als hip woord, maar als nuchtere, duurzame keuze. Zorgen dat mensen langer op de been blijven. Letterlijk. 

 

Daar komen de Val Niet-trainingen in beeld. Quint begeleidt o.a. deze trainingen in de wijk, in samenwerking met groepen die via de gemeente worden samengesteld. Zijn laatste groep was in het Huis van de Wijk in Charlois. Een zaal, een half uur en wat basisoefeningen. Geen ingewikkeld gedoe, geen schreeuwerige sportsetting. Gewoon laten voelen wat er nog wél kan. En dit wekenlang herhalen. “Je kan met relatief weinig eigenlijk best wel veel doen,” vertelt hij. “Zonder dat het een enorme tijdsinvestering wordt.” 

Wat Val Niet-trainingen voor Quint zo sterk maakt, is de verhouding tussen inzet en resultaat. “Voor mij is het een relatief kleine investering om een wat grotere groep te bereiken,” zegt hij. “Met die trainingen en met die informatie kun je vrij grote impact hebben, zonder dat het voor zowel die mensen als voor de mensen die het geven een hele grote investering wordt. In mijn ogen is het een no-brainer.” Het gaat om mensen met een matig valrisico. Niet de zwaarste categorie, maar precies die groep waar je veel kunt winnen als je op tijd in beweging komt en blijft. 

En dat winnen zit niet alleen in spierkracht of balans. Het zit ook in vertrouwen. Veel barrières zitten namelijk niet in het lichaam, maar in het hoofd. Quint zegt het zoals hij het ziet: “De berg zit vaak tussen je oren.” Ouderen worden meestal niet van de ene op de andere dag kwetsbaar. Het gaat geleidelijk. Je levert steeds iets in, en gaat ongemerkt steeds minder doen. Val Niet doorbreekt dat patroon door bewustwording én actie. Door mensen te laten ervaren dat bewegen niet gelijk een sportschool betekent. Niet gelijk gewichten, apparaten en een abonnement waar je aan vastzit. 

Dat idee van ‘de sportschool’ is in de wijk vaker een drempel dan je denkt. Quint hoort het letterlijk terug. Mensen zien zichzelf al staan tussen bodybuilders, voelen zich bekeken, of denken: dit is niet voor mij. Daarom werkt laagdrempelig aanbod zo goed. Bij Quint en zijn collega’s zie je dat ook terug in de manier waarop ze sport aanbieden. Op dinsdag- en donderdagavond is er een open sportmoment met een stempelkaart in plaats van een jaarabonnement. Je zit nergens aan vast; je kunt het uitproberen en als het niet bij je past, dan stop je weer zonder gedoe. Het klinkt simpel, maar het is precies wat veel mensen nodig hebben: vrijheid, veiligheid en een bekende omgeving. 

Daarnaast zijn er beweegactiviteiten zoals stoelgym en wandelgroepen. Stoelgym wordt bijvoorbeeld georganiseerd in een 50-plusflat. En daar gebeurt iets wat Quint elke keer weer ziet: het sociale stuk maakt het verschil. Bewegen is vol te houden als het óók gezellig is. “Als je al benoemt dat er daarna tijd is voor koffie of nog even dat praatje, dat spreekt veel meer aan,” zegt hij. “De motivatie blijft daardoor vaak ook nog hoger. Ze zijn én een beetje in beweging én ze hebben even dat contact.” Voor veel deelnemers is die combinatie de reden dat ze terugkomen. Lachen tijdens het oefenen, elkaar weer even zien, vragen hoe het ging bij de dokter. Dat klinkt klein, maar het is precies wat beweging een gewoonte maakt. 

In Val Niet-trainingen ziet hij die sociale kracht ook. Mensen trekken wekenlang met elkaar op, wisselen ervaringen uit en bouwen vertrouwen op. Soms ontstaan er zelfs spontaan beweegclubjes buiten het programma om. “Er wonen mensen bij elkaar in de buurt, en die zijn met z’n drieën of vieren twee of drie keer per week een half uurtje gaan wandelen,” vertelt hij. “Zo ontstaan er onderling beweeginitiatieven.” Dat is de winst waar je op hoopt: dat beweging niet stopt na de training, maar doorloopt in het dagelijkse leven. 

De effecten verschillen per persoon. Soms ziet Quint in korte tijd grote stappen. Mensen vallen af, staan makkelijker op, bewegen soepeler. “Er zijn mensen die in een aantal weken gelijk gewicht kwijt zijn,” zegt hij. “Waar ze eerst moeite hadden met uit hun stoel opstaan, komen ze ineens tien, twaalf of achttien keer achter elkaar overeind.” En bij anderen is het subtieler. Dan is de verandering vooral: ze denken er weer over na. Ze durven weer iets. Ze hebben de intentie om te blijven bewegen. Voor Quint is dat óók winst. “Als mensen de intentie hebben om er iets mee te doen, dan heb je in mijn ogen al gewonnen.” 

Zijn boodschap is helder en simpel. Je hoeft niet de perfecte sport te vinden. Je hoeft alleen iets te kiezen dat je volhoudt. “Doe iets wat je leuk vindt, of op z’n minst niet erg vindt,” zegt hij. “Dan is het allemaal veel makkelijker vol te houden.” Beweging moet bijdragen aan kwaliteit van leven, niet alleen aan gezondheid op papier. En het gaat ook om realisme: accepteren dat dingen veranderen, hulpmiddelen gebruiken als dat nodig is, niet eigenwijs zijn met een rollator die boven blijft staan, terwijl je beneden de deur uit moet. 

Quint maakt daarom lange dagen. Niet omdat het moet, maar omdat hij er iets uithaalt. Hij wil mensen echt verder helpen, ook als hij ze daarna niet meer ziet. Val Niet past precies in die manier van werken: praktisch, toegankelijk en met een effect dat groter is dan dat ene uurtje in een zaal. Het is preventie zonder poeha. Een kleine stap die voorkomt dat iemand later een veel grotere klap krijgt. En in een wijk als Pendrecht, waar de zorg onder druk staat en zelfstandig blijven steeds belangrijker wordt, is dat geen luxe. Dat is gewoon slim.