Van bakfiets tot balans: hoe Reinier Bremmer valpreventie dichtbij huis brengt

Reinier komt niet aanwaaien. Je ziet ’m aankomen. Met een bakfiets vol trainingsspullen, een hoofd vol plannen en een missie: Rotterdammers in beweging krijgen en houden. Buiten, als het kan. Binnen, als het echt moet.
Terug

Hij wil dat mensen niet alleen beginnen met bewegen, maar het ook blijven doen. Zeker als dat niet vanzelfsprekend is. Via Sportbedrijf Rotterdam kwam Reinier in aanraking met valpreventie en de Val Niet-trainingen. Hij kende de oudere doelgroep al, omdat hij eerder seniorfit-groepen begeleidde. En eerlijk is eerlijk: hij had het gemist. “Ze hebben veel te vertellen,” zegt hij, “en het is altijd gezellig.” Valpreventie past bij hem, omdat het precies gaat over volhouden, vertrouwen en kleine stappen. Niet harder trainen, maar beter bewegen.

Die manier van kijken naar sport begon al vroeg. Als twaalfjarige gaf hij training bij zijn korfbalvereniging, aan kinderen die nog maar net wisten hoe het spel werkte. “Ik vond dat zó leuk,” vertelt hij, “dat ik daar ook mijn opleidingen en uiteindelijk mijn werk op ben gaan bouwen.” Het trainen zelf is voor hem nooit alleen het doel geweest. Het gaat om iemand het gevoel geven dat het kan. Dat je op elk moment kan starten en dat je niet meteen alles goed hoeft te doen om toch vooruit te gaan.

 

Sfeermaker op wielen
Daarom is sfeer voor Reinier geen extraatje, maar een constante in zijn trainingen. “Ik ben heel positief en vrolijk en dat probeer ik zoveel mogelijk door te geven.” Hij wil ook dat mensen zich op hun gemak voelen. “Als het te zwaar is, pas ik het aan,” zegt hij. “Het belangrijkste is dat je het kunt volhouden.” In de afgelopen jaren is die gedachte alleen maar belangrijker geworden. Reinier werkt als personal trainer en health coach, met allerlei doelgroepen. Van mensen die één op één trainen tot groepen bij bedrijven in hun lunchpauze. En ook Rotterdammers die via een gemeentelijk traject extra steun krijgen om weer in beweging te komen. Hij vindt het juist mooi dat hij zo veel verschillende mensen ziet. Iedereen heeft een ander startpunt, een ander ritme en een ander leven.

Stress
En dat leven is vaak vol. Reinier hoort het veel terug: stress, drukte, weinig ruimte in het hoofd. “Kinderen, werk, alles draait door,” zegt hij. In een stad als Rotterdam lijkt dat soms de standaard. Juist dan kan bewegen helpen, als iets dat letterlijk ruimte maakt. In je lijf, maar ook in je hoofd. “Meer bewegen leidt ook tot minder stress,” vertelt hij. Alleen: de stap om te komen is vaak het lastigst. En die drempel is bij groepslessen meestal hoger dan bij personal training. Daarom probeert Reinier mensen bewust te laten voelen wat bewegen met ze doet. Na een training vraagt hij vaak: hoe voel je je nu? Niet om cijfers of prestaties, maar om het effect. Want soms merk je het al snel. “Niet altijd direct zichtbaar,” zegt hij, “maar wel dat je denkt: dit doet me goed.”

Veiligheid staat voorop
In de Seattle-woontoren kreeg dat een mooie, nieuwe vorm. Daar startte een besloten groep, in de lobby van het gebouw. Geen sportschoolgevoel, geen ingewikkelde setting. Gewoon dichtbij huis, in een vertrouwde omgeving. Dat maakt het makkelijker om aan te haken, vooral voor mensen die niet zomaar ergens nieuw naar binnen stappen. Tijdens de trainingen staat veiligheid voorop. Een stoel is de basis, soms is er een rollator. En bij elke oefening zijn er opties. “Als iets niet lukt, passen we het aan,” zegt Reinier. “Mensen weten dat er altijd een andere manier is.” Dat klinkt simpel, maar het haalt spanning weg. En dat is precies wat je nodig hebt om te durven bewegen.

Want valpreventie gaat niet alleen over vallen voorkomen. Het gaat over sterk genoeg blijven om je dagelijkse dingen te doen. Over zelf kunnen opstaan. Over stabieler lopen. Over weer vertrouwen krijgen in je eigen lichaam. Reinier ziet Val Niet vooral als een opstap. “Die trainingen zijn een mooie start,” zegt hij. “Maar het vervolg is misschien nog belangrijker.” Want als iemand na zo’n traject weer stilvalt, dan zakt het effect weg. En dat gebeurt sneller dan je denkt. Thuis oefenen is lastig, zeker voor mensen die juist moeite hebben om nieuwe gewoontes vol te houden.

Klein beginnen
Daarom focust Reinier op iets haalbaars: kleine oefeningen die je verspreid over de dag kunt doen. Een paar keer rustig opstaan. Even aan je houding denken. Balansoefeningen die je tussendoor meepakt. “Ik ben vooral van spierkracht opbouwen,” zegt hij. “Als je sterker bent, is de kans kleiner dat je valt of je evenwicht verliest.” Het is geen garantie, want vallen kun je nooit helemaal uitsluiten. Maar je kunt het risico wel verlagen. En je kunt de gevolgen beperken.

In de groep ziet hij wat dat oplevert. Mensen die in het begin nog niet zonder handen uit een stoel konden komen, staan na een paar weken ineens veel makkelijker op. Dat soort vooruitgang is klein en groot tegelijk. Klein, omdat het om een beweging gaat die je elke dag maakt. Groot, omdat het het verschil kan zijn tussen afhankelijk worden of zelf blijven doen. Reinier merkt ook dat de sfeer verandert. In het begin is het vaak aftasten. Later zitten mensen al klaar, alsof het een vast moment in de week is geworden waar je op rekent. En dat sociale stuk helpt. Het is een contactmoment, mensen kennen elkaar, er wordt gelachen, er worden verhalen gedeeld.

Wat hij hoopt dat deelnemers meenemen, is geen ingewikkelde theorie. Hij wil dat ze met een beter gevoel naar huis gaan. Met het idee: ik kan dit. En dat ze daardoor bewuster gaan bewegen in hun dag. “Als je voor de tv zit, kun je ook even een oefening doen,” zegt hij. Dat is precies de kern van valpreventie: het zit niet in één training. Het zit in het leven eromheen. In kleine keuzes, herhaling en vertrouwen.